Tocht over de Via Alta Vallemaggia

Of bijna het verhaal van 10 kleine negers …

Ticino is het zuidelijkste kanton van Zwitserland.  Er wordt Italiaans gesproken.  Vanuit Locarno aan het Lago Maggiore vertrekken enkele valleien in noordelijke richting.  Enkele jaren geladen werd het plan opgevat om een route aan te leggen over de bergkam en zo een meerwaarde te bieden aan de geoefende bergwandelaar.  Oude vervallen herdershutten werden hersteld en omgebouwd tot berghutten.  Aan de buitenzijde zien ze er authentiek uit, aan de binnenzijde is alle comfort aanwezig.  En ook bier of wijn.
Er waren 6 inschrijvingen en 2 begeleiders voor de Via Alta Valle Verzasca.  Door omstandigheden moest begeleider Henk afhaken en werd gekozen voor de technisch iets gemakkelijkere kleine broer, de Via Alta Vallemaggia.  Een paar weken voor het vertrek gaven dan nog 2 deelnemers forfait.  Toen waren we nog met vijf: Christine, Geert, Jan, Paul en begeleider Tom.

Alpe Cardada (1480m, +150m, 1 Km, 0h30)
De 4 deelnemers rijden in één wagen via Locarno naar de Vallemaggia.  Het verloopt vlot, maar we missen toch net de bus van 16h terug vanuit Cavergno, waar we na de tocht zullen slapen, naar Locarno.  Geen ramp, want de kabelbaan naar Cardada gaat tot 20h.  We halen nog net de Funicolare van 18h naar Orselina, waar Tom ons opwacht.  Maar de kabelbaan gaat blijkbaar stipt op het uur.  We moeten dus bijna een uur wachten: een eerste terrasje dringt zich op.
Van uit Cardada (1329m) moeten we nog een half uur klimmen naar de Alpe Cardada.  De uitbaters van Refuge La Stallone hebben wat langer op ons moeten wachten dan voorzien en dus ook iets meer wijn gedronken.  En dat is er aan te merken.  Hoe ze in deze toestand er in slagen om nog zulke lekkere maaltijd voor te schotelen, is ons nog steeds een raadsel.

 

Capanna Alpe Masnèe (2063m, +1460m, -885m, 13 Km, 8h)
We beginnen de tocht met de zwaarste etappe: 11 uren volgens de omschrijving.  We hebben uiteraard gisteren al een half uur gedaan en moeten niet langs Capanna Nimi om, maar toch.  Hier in Stallone hebben ze echter nog een tip: niet teruglopen naar het eindpunt van de zetellift, maar via Alpe di Bietri naar de graat gaan.  Zo zouden we nog bijna een uur winnen.
De tocht boezemt me toch een beetje schrik in.  Christine is een marathon- en bergloopster, Jan en Geert zijn stevig uit de kluiten gewassen ex-paracommando’s,en Tom is een sportieve, jonge 30’er.  Ik ben veruit de oudste en liep pas 4 weken terug tijdens het joggen een lichte spierverrekking in de kuit op.  Om die kuit te sparen besluit ik de ganse tocht wandelstokken te gebruiken.
We dalen eerst een beetje af door een bos, om vervolgens lichtjes stijgend naar Alpe di Bietri te klimmen.  Achter de hut begint de klim over een steil, kronkelend pad naar de bergkam.  En tot eenieders verbazing is het Geert die moeite heeft om het tempo van de groep te volgen.  Hij kreeg vanmorgen dan ook geen hap naar binnen.  Het is wel zijn gewoonte om niette ontbijten, maar in de bergen val je dan al snel zonder energie.
De Madone (2039m) is de eerste top die we op deze tocht bedwingen.  Van daar af volgen we verder de bergkam.  We gaan nog een topje over.  Bij de voet van de volgende klim splitst het pad: de wit-rood-witte markering gaat verder in de flank, het sportievere wit-blauw-witte pad volgt de graat omhoog.  Jan en Tom missen bijna de afslag, maar Christine roept hen terug: “He, wij gingen toch de blauwe route volgen!”
Het terrein wordt nu moeilijker.  Bij de volgende afdaling gaan de wit-blauwe strepen plots over in blauwe stippen.  “De verf was op, zeker?”  Maar dan vertelt Tom dat die blauwe stippen aanduidingen voor de jagers zijn.  Niemand ziet nog ergens de correcte markering die we moeten volgen, maar een eind dieper zien we nog wel rood-witte strepen die naar de col leiden.  En op de col vinden we de blauw-witte markering terug.  We zijn verwittigd: pas op voor de jagers.
We vorderen goed.  ’s Middags zitten we al in de buurt van de Capanna Nimi, maar in de namiddag volgt nog een moeilijk technisch stuk dat op de steilste plaatsen wel uitgerust is met kettingen.  Eens daar voorbij volgt nog een relatief eenvoudig wandelpad naar de Capanne Alpe Masnèe (2063m).  We kunnen ook nog even over en weer naar een topje klimmen, maar niemand heeft daar nog veel zin in.  Het is genoeg geweest vandaag.
We zijn niet alleen in Masnèe.  Vóór ons zijn al 2 Zwitsers vanuit Maggia (344m) naar hier geklommen.  En iets na ons komen nog 3 Zwitsers aan: zij zijn van uit de vallei naar Alpe Nimi geklommen en daar aan de etappe naar Masnèe begonnen.  Ze hebben meer dan 2000m geklommen.  “We hebben te weinig tijd voor de ganse Via Alta en we wilden zo graag al een etappe doen”.

 

Capanna Alpe Spluga (1838m, +830m, -1045m, 9 Km, 7h30)
Geert heeft niet goed geslapen.  “Geen oog dichtgedaan”  beweert hij.  En hij eet nog steeds niet veel, maar voelt zich toch goed genoeg om te vertrekken.  We besluiten het kalm aan te doen en wat meer tijd te nemen om foto’s te maken, zodat Geert meer vooraan kan lopen.  We beginnen met een korte klim naar de kam, die we een tijdje volgen.  Soms in de ene flank, soms de andere, soms bovenop de graat.  Ook al volgen we vandaag bijna steeds een blauw-witte markering wil dat niet zeggen dat het moeilijker is dan gisteren.  Enkel in het begin zijn er enkele technische passages.
Het weer is beter dan gisteren.  De lucht is bijna volledig helder en we kunnen lange tijd genieten van een prachtig zicht op de Monte Rosa en de Mischabelketen.
Dan beginnen we aan een lange afdaling.  Enkele jaren geleden, toen de Via Alta nog niet volledig was uitgetekend, was Tom hier met enkele vrienden op verkenning en liepen ze fout omdat enkele merktekens onder het gras en struikgewas verstopt zaten.  Dat avontuur is toen geëindigd aan een steile klif en een evacuatie per helikopter.  Nu hebben ze het pad uit voorzorg gemaaid.  Gelukkig hebben ze de orchideeën nog laten staan.
We nemen een lange pauze in het dal bij enkele huisjes om te eten.  Het bier ligt er gekoeld in het water, maar dat laten we onaangeroerd, want er wacht ons nog een stevige klim, het dal uit.  Geert heeft weer veel moeite om te volgen.  Boven liggen enkele meertjes, waar we onze voeten even kunnen laten afkoelen.  De 3 Zwitsers die na ons komen, nemen er zelfs een frisse duik in.
Van boven op de col volgt er nog een afdaling, een korte klim naar een volgend colletje en een afdaling door moeilijk blokkenterrein.  Maar alles verloopt vlot en we staan weer voor 17h in de hut.  Een frisse pint kan er nu wel in, ook voor Geert.
Na een verfrissende wasbeurt beginnen we stilaan aan het avondeten te denken.  Halverwege zijn soep blokkeert de maag weer bij Geert.  Hij gaat buiten in de schaduw zitten.  Maar dan begint hij plots hevig te rillen.  Zijn hoofd voelt koortsig aan.  We geven hem paracetamol, maar dat helpt niet.  De Zwitserse vrouw belt een vriendin die dokter is in het dal.  Zij adviseert het reddingsteam te contacteren.  En even later is de helikopter onderweg.
Ze landen op een weide vlakbij de hut.  De dokter onderzoekt Geert, stelt heel veel vragen en dient de eerste zorgen toe.  Het is helemaal geen verrassing dat de dokter besluit om Geert in het ziekenhuis te laten opnemen.  Nog voor hij in de helikopter gaat, wordt al een eerste infuus toegediend.  En even later blijven we nog met vier achter in Capanna Spluga.
Een half uur later komt er nog een Zwitser boven: hij is vanmorgen om 7h vertrokken in de vallei, naar Nimi geklommen, van daar de etappe naar Masnèe afgelegd en dan nog verdergegaan tot hier.  Hij heeft meer dan 3000m geklommen.  Daar tegenover voelen wij ons eerder genieters van Club Med.

Cavergno (455m, +590m, -1945m, 12 Km, 7h30)
Gisteren hebben we een koekoek gehoord.  “Dan slaat het weer om, zei mij grootmoeder altijd”  vertelt Christine.  En de maan was een smal sikkeltje.  “Dat is ook een slecht teken”.  En we zagen dat sikkeltje ook verdwijnen achter de berg.  Nog slechter.  De lucht is nog wel een beetje blauw wanneer we opstaan, maar 5 minuten later zitten we in de mist.  Het weer is duidelijk minder stabiel dan gisteren.
Wanneer we vertrekken, kunnen we al terug genieten van een opklaring.  We klimmen steil de vallei uit, afwisselend over gras, steenblokken en terug gras.  Op de pas krijgen we het bezoek van een kudde geiten.  Of waren dat toch gemzen?
We dalen af door een steile kloof vol losliggende rotsblokken.  We blijven dicht bij elkaar zodat eventueel losgetrapte stenen geen snelheid kunnen maken vóór ze iemand raken.  “Dit is veruit de moeilijkste weg die ik al genomen heb om iemand te gaan bezoeken in het ziekenhuis”  merkt Jan op.  We dalen heel voorzichtig af en toch gaat er af en toe een blok naar beneden.  Gelukkig is die eenzame Zwitser een eind voor ons aan de afdaling begonnen, denken wij.  En dan komen er plots 2 andere Zwitsers de kloof omhoog geklommen.  Ze lijken in ieder geval nog heel te zijn. 
Een half uur later zitten we terug op “normaal” terrein, steken nog een blokkenveld over dat recent is aangevuld met vers materiaal uit de wand, en beginnen aan de klim naar de volgende pas.  Vóór we aan de afdaling kunnen beginnen, moeten we nog een eindje de graat volgen.  Soms gaat het over, soms langs enkele leuke rotstorentjes.  En het lijkt gevaarlijker dan het is.
Dan wijzen de merktekens plots in de richting van een quasi loodrechte wand naast ons.  We bergen onze wandelstokken op, want we verwachten ons aan echt klauterwerk.  Maar dat is buiten de inventiviteit van de bouwers van deze route gerekend.  Ze zijn er in geslaagd een weliswaar steil maar toch relatief eenvoudig wandelpad aan te leggen in een bijna loodrechte wand.
We volgen de Via Alta Vallemaggia nog tot net onder de Passo del Coco en gaan dan via een “gewoon” wandelpad naar beneden.  In het begin gaat het nog even tussen de blokken, dan door hoog gras en een bos.  Af en toe druppelt het even, maar het is nog steeds drukkend warm. Soms lijkt het wel of we in een subtropisch oerwoud zijn verzeild geraakt.
Een uur later en 600m lager wordt het pad gemakkelijker, maar ook saaier.  Dichtbij de vallei zijn zelfs brede trappen aangelegd om het de wandelaars extra gemakkelijk te maken.  Wij nemen een smal paadje naar rechts dat ons volgens Tom naar een pad langs de rivier zou moeten leiden.  De rivier is er wel, maar het paadje er langs niet.  En een brug om over de rivier te raken nog veel minder.
Met een half uur vertraging komen we aan in Cavergno.  We bellen Geert op om te informeren naar zijn gezondheidstoestand.  Een combinatie van vermoeidheid, de hitte en te weinig eten en drinken hadden zijn nierwerking volledig ontregeld waardoor zich te veel afvalstoffen in zijn lichaam opstapelden.  Maar met een ganse reeks infusen kwam hij er snel weer bovenop.   En nu gaat alles goed.  Hij mag het ziekenhuis nu al verlaten, maar hij mag ook nog een nachtje extra blijven.  En hij geeft blijkbaar de voorkeur aan de 2de optie.  Het zullen daar wellicht mooie verpleegsters zijn.
Er is geen plaats meer voor ons in de herberg waar we voor zaterdag gereserveerd hadden.  Maar in het volgende dorpje Bignasco is er nog wel plaats.  We liggen er op de zolder, met zicht op de dakpannen.  Het is er warm, maar de regen brengt snel verkoeling.  En een verdieping lager is alle comfort aanwezig: we kunnen douchen.  Een avondmaal wordt er niet geserveerd, maar we mogen wel de keuken gebruiken om zelf te koken.  En aan het einde van zo’n dag stappen, smaken zelfs die vriesdroogmaaltijden.

Fusio (1289m, +900m, -1140m, 9 Km, 4h30)
Midden in de nacht barst weer een kletterend onweer los.  Daarna wordt het terug rustig.  Onze wekker loopt af om 6h, meteen gevolgd door een bliksemschicht en een krakende donderslag vlakbij.  We kruipen terug in bed.  Het wordt plan B.  Rond 8h beginnen we er aan.
De klim naar de Passo Fornale gaat grotendeels door hoog en vooral heel nat gras.  Onze schoenen worden doornat.  Het regent.  Wij genieten even van het uitzicht: mooie mistslierten kringelen tussen de bergen.  Dan zitten we zelf in de mist.
Het begin van de afdaling is steil, door nat gras, maar niet zo moeilijk.  Dan volgt een blokkenveld, spekglad van de regen en de mist.  Daarna dalen we weer over nat gras.  Bij het Lago di Magnola (2003m) giet Tom zijn schoenen leeg.  Maar het meer is al vol genoeg.  Het loopt zelfs over van nattigheid, wat meren wel meer plegen te doen.  En wij moeten over spekgladde keien naar de overkant.  Vijf meter verder stort het water zich in de diepte.  ’t Is wel een mooie waterval.
Hoe lager we gaan, hoe natter het wordt.  Het pad gaat door een wei waar we tot onze enkels in de modder zakken.  Het begint lichtjes te regenen wanneer we Fusio binnen stappen.  Met soppende schoenen stappen we een restaurant binnen.  “Is het hier niet te chique?” vragen we ons af.  Maar Henk heeft verteld dat we voldoende calorieën moesten binnenpakken.  Dus dat gaat voor.
Geert komt ons ophalen en brengt ons met de wagen naar Bignasco.  Daar serveert hij ons pannenkoeken met choco en chocolademelk.  Kwestie van de verbruikte calorieën nog wat aan te vullen.  De 4000 Kcal per dag die Henk op het voorbereidend weekend had voorgeschreven, zullen we we tijdens de tocht misschien niet altijd gehaald hebben.  Maar met het avondmaal erbij komen we vandaag toch al flink in de buurt.
Epiloog
De Via Alta Vallemaggia is pas vorig jaar officieel geopend.  De paden zijn er nog niet platgelopen en het zijn stuk voor stuk lange, zware etappes.  Als je een goede conditie hebt en op zoek bent naar iets meer dan een doorsnee bergwandeling: zeker een aanrader.
De zomers in Ticino zijn overwegend warm en zonnig, met kans op een warmteonweer  in de late namiddag.  Maar soms trekt er een slecht-weer-zone over voor enkele dagen.  Wij hadden de pech dat er net zo’n zone langs kwam.  Maar ze mogen nu al onze inschrijving voor de Via Alta Verzasca van volgend jaar noteren.  Tot dan.


Paul

TERUG