Cavergno (455m, +590m, -1945m, 12 Km, 7h30)
Gisteren hebben we een koekoek gehoord. “Dan slaat het weer om, zei mij grootmoeder altijd” vertelt Christine. En de maan was een smal sikkeltje. “Dat is ook een slecht teken”. En we zagen dat sikkeltje ook verdwijnen achter de berg. Nog slechter. De lucht is nog wel een beetje blauw wanneer we opstaan, maar 5 minuten later zitten we in de mist. Het weer is duidelijk minder stabiel dan gisteren.
Wanneer we vertrekken, kunnen we al terug genieten van een opklaring. We klimmen steil de vallei uit, afwisselend over gras, steenblokken en terug gras. Op de pas krijgen we het bezoek van een kudde geiten. Of waren dat toch gemzen?
We dalen af door een steile kloof vol losliggende rotsblokken. We blijven dicht bij elkaar zodat eventueel losgetrapte stenen geen snelheid kunnen maken vóór ze iemand raken. “Dit is veruit de moeilijkste weg die ik al genomen heb om iemand te gaan bezoeken in het ziekenhuis” merkt Jan op. We dalen heel voorzichtig af en toch gaat er af en toe een blok naar beneden. Gelukkig is die eenzame Zwitser een eind voor ons aan de afdaling begonnen, denken wij. En dan komen er plots 2 andere Zwitsers de kloof omhoog geklommen. Ze lijken in ieder geval nog heel te zijn.
Een half uur later zitten we terug op “normaal” terrein, steken nog een blokkenveld over dat recent is aangevuld met vers materiaal uit de wand, en beginnen aan de klim naar de volgende pas. Vóór we aan de afdaling kunnen beginnen, moeten we nog een eindje de graat volgen. Soms gaat het over, soms langs enkele leuke rotstorentjes. En het lijkt gevaarlijker dan het is.
Dan wijzen de merktekens plots in de richting van een quasi loodrechte wand naast ons. We bergen onze wandelstokken op, want we verwachten ons aan echt klauterwerk. Maar dat is buiten de inventiviteit van de bouwers van deze route gerekend. Ze zijn er in geslaagd een weliswaar steil maar toch relatief eenvoudig wandelpad aan te leggen in een bijna loodrechte wand.
We volgen de Via Alta Vallemaggia nog tot net onder de Passo del Coco en gaan dan via een “gewoon” wandelpad naar beneden. In het begin gaat het nog even tussen de blokken, dan door hoog gras en een bos. Af en toe druppelt het even, maar het is nog steeds drukkend warm. Soms lijkt het wel of we in een subtropisch oerwoud zijn verzeild geraakt.
Een uur later en 600m lager wordt het pad gemakkelijker, maar ook saaier. Dichtbij de vallei zijn zelfs brede trappen aangelegd om het de wandelaars extra gemakkelijk te maken. Wij nemen een smal paadje naar rechts dat ons volgens Tom naar een pad langs de rivier zou moeten leiden. De rivier is er wel, maar het paadje er langs niet. En een brug om over de rivier te raken nog veel minder.
Met een half uur vertraging komen we aan in Cavergno. We bellen Geert op om te informeren naar zijn gezondheidstoestand. Een combinatie van vermoeidheid, de hitte en te weinig eten en drinken hadden zijn nierwerking volledig ontregeld waardoor zich te veel afvalstoffen in zijn lichaam opstapelden. Maar met een ganse reeks infusen kwam hij er snel weer bovenop. En nu gaat alles goed. Hij mag het ziekenhuis nu al verlaten, maar hij mag ook nog een nachtje extra blijven. En hij geeft blijkbaar de voorkeur aan de 2de optie. Het zullen daar wellicht mooie verpleegsters zijn.
Er is geen plaats meer voor ons in de herberg waar we voor zaterdag gereserveerd hadden. Maar in het volgende dorpje Bignasco is er nog wel plaats. We liggen er op de zolder, met zicht op de dakpannen. Het is er warm, maar de regen brengt snel verkoeling. En een verdieping lager is alle comfort aanwezig: we kunnen douchen. Een avondmaal wordt er niet geserveerd, maar we mogen wel de keuken gebruiken om zelf te koken. En aan het einde van zo’n dag stappen, smaken zelfs die vriesdroogmaaltijden. |