woensdag
Het is een illusie om voor middernacht Chamonix te bereiken. Hoe vroeg je ook vertrekt, files in het dichtgeslibde West Europa steken wel stokken in de spreekwoordelijke wielen van Dries' multifunctionele Multipla. Dus rond 01.00 u aangekomen op camping Le Glacier Blanc waar Geert even uit de tent kruipt om ons te verwelkomen.
donderdag
Dankzij de moderne technologie wisten we al dat de weersvooruitzichten voor de volgende dagen niet zo denderend zouden zijn. Een bezoekje aan het Maison de la Montagne bevestigt onze vermoedens: onze fraaie plannen om in de Bassin d' Argentière enkele mooie sneeuw- en ijsroutes te doen, kunnen we voor een jaartje in de diepvriezer steken. En als het in Chamonix slecht weer is, dan biedt haar zuiderbuur de Gran Paradiso vaak de nodige troost: in de oude Rebufat-boeken – de enige info over de Paradiso die we daar kunnen vinden – staan enkele stevige Noordwandbeklimmingen zoals deze van de Gran Paradiso, de Becca di Gay en de Ciarforon die meer dan enkel een troostprijs waard zijn. Maar … is de informatie uit dat oude boek nog actueel ? We zullen wel zien.
Na alweer wat wachten aan de Mont Blanctunnel bereiken we rond 14.00 u Valnontey, een gehuchtje op een boogscheut van Cogne. Van hieruit willen we deze namiddag naar het Bivacco A. Martinotti (2589 m) trekken om dan morgen een poging te wagen op de noordwand van de Becca di Gay. Het begin van de tocht op het nog sneeuwvrije pad dieper in de vallei verloopt erg vlot: 't is maar zodra we in de sneeuw terecht komen en met ski's of sneeuwschoenen aan de voeten plots veel steiler moeten klimmen dat het tempo wat begint te sputteren. Geert die ondertussen al wat voorop loopt ziet het kleine bivakhutje liggen; nog een korte maar steile klim in diepsneeuw brengt ons tot onze eerste rustplaats: er zal eerst nog flink moeten gewerkt worden want het hutje is tot aan de nok ondergesneeuwd en de deurtoegang moet vrijgemaakt worden. Door de alom gekende cocktail van zon, hoogte, vermoeidheid en te weinig drinken voelt Jan zich maar slapjes en legt zich te rusten op 1 van de 2 zichtbare slaapplaatsen in dit écht wel kleine bivakje; Henk doet waarin hij goed is en begint te koken; Geert blijft buiten nog sneeuw weg schoppen en Dries maakt al een verkenning voor morgenvroeg. Dan wordt het dicht bijeen kruipen in dit hokje, in de mate van het mogelijke al wat organiseren voor morgen en wachten, wachten tot het tergend trage vuurtje de nodige sneeuw- en ijsmassa aan de kook heeft gebracht, eerst voor soep, dan voor onze éénpansschotel en ten slotte voor thee om nu te drinken en om de drinkbussen te vullen. Pas na 22.00 u kunnen we onder de dekens kruipen, Jan en Geert op de zichtbare britsen en Dries en Henk op een matrasje op de grond met amper 20 cm ademruimte.

vrijdag
Het is vlug weer dag (4.00 u), we hebben alle vier een minder goede nachtrust achter de rug, kruipen uit het bivakhutje in een heldere donkere nacht, de sneeuw kraakt zoals het zou moeten, het ziet er goed uit. 50 m onder het bivak maken we een depot met de spullen die we echt niet nodig hebben en klimmen verder. Als we boven op een bergkam komen zien we onze route: het wordt nog enkele uren aanlopen tot de inklim van de ijswand, dan nog de wand zelf en daarop volgend de niet zo vanzelfsprekende afdaling, het gerief weer oppikken, afdalen naar Valnontey en dezelfde dag nog vanuit Pont naar de Chabodhut klimmen. Onmogelijk. We moeten dus kiezen en maken vermoedelijk ook de juiste keuze: Geert, Jan en Dries trekken met de toerski's nog wat verder hogerop tot ongeveer 3000 m en Henk trekt naar de depot, neemt alles mee en gaat naar beneden tot waar de 3 anderen enkele uurtjes later zullen aankomen op de ski's. Volgens niet afgesproken timing is iedereen op tijd ter plekke, er wordt nog genoten van het besneeuwde wilde berglandschap dat in het voorjaar deze vallei siert en zorgeloos dalen we af in de wetenschap dat we straks de Chabodhut op een deftig uur zullen bereiken.
Als we in Pont onze rugzak maken heeft blijkbaar iedereen voor zich reeds dezelfde beslissing genomen: we laten ski's en raketten beneden, dat kan ons enkel hinderen in de ijswand; spijtig voor Dries die nu – bij gebrek aan een ander paar schoenen – de rest van de tocht op zijn skibotinnen zal moeten doen. De laatste honderden meters naar de Rifugio Chabod (2750 m) verlopen iets minder vlot daar we de "platte" sneeuw willen vermijden en ons heil moeten zoeken op een steile grashelling. Als de avond gevallen is, ga ik nog even naar buiten en ben toch wel onder de indruk van de wand die we morgen willen beklimmen.
zaterdag
Het eerste ontbijt in de hut wordt geserveerd om 4.15 u zodat we vóór 5.00 u reeds onze stijgijzers kunnen planten in de harde sneeuw die boven de hut langzaam omhoog klimt. Na ongeveer 2 ½ u stappen staan we op 3450 m vlak onder de noord-westwand van de Gran Paradiso: de helling lijkt al heel wat minder steil als gisteravond maar het wordt toch even zoeken om in de wand de beste route te vinden daar de wand voor het grootste gedeelte uit blank ijs bestaat. De meest voor de hand liggende route loopt recht omhoog tot vlak onder een uitstekende rots aan de linkerzijde (rive droite) van de ijswand, en die dan in de mate van het mogelijke een spoor maakt in de opgewaaide sneeuw die op het ijs tot tegen de rotsen kleeft. We klimmen in 2 touwgroepen: Jan en Henk, Dries en Geert. Jan loopt voorop en klimt helemaal links door de randspleet; vandaar wordt het dan schuin omhoog klimmen tot we in de rechte lijn onder de uitstekende rots komen. Aan de uitstekende rots wordt de eerste relais gemaakt. Dan wordt het over de smalle sneeuwstrook (amper 1 m breed) omhoog klimmen terwijl we in het blanke ijs moeiteloos de ijsschroeven als tussenzekering kunnen plaatsen. Na 4 touwlengtes komen de cruciale stukken van de route daar er enkel op blank ijs kan geklommen worden gedurende 1 ½ touwlengte. De topgraat komt in zicht en terwijl op dat moment Jan en Dries als eersten omhoog klimmen op een ogenschijnlijk gemakkelijker gedeelte beginnen ze ijsschroeven te draaien: wat op 't eerste zicht een mooie sneeuwlaag leek, is enkel een dun laagje poedersneeuw op een harde ijslaag, het venijn zit hem in de staart ! Zonder al te veel problemen staan we met vier op de topgraat. Dit wordt nu nog een voorzichtige wandeling - toch oplettend om niet door de corniches te zakken - tot op de echte top, 4061 m hoog. Het is 13.00 u en we zijn ongeveer 8 u onderweg. Jan en ik willen even beschutting zoeken voor de noordenwind die ons reeds de ganse voormiddag op de wand heeft gegeseld: een tas warme thee en wat echt voedsel kan dan wel deugd doen. Dries en Geert die wat lager staan beslissen om al eerder af te dalen. Als wijzelf terug goed op krachten zijn en juist met de afdaling zijn begonnen, verandert het weer en zitten we ruim 1 uur in een volledige "white out". Met behulp van kaart, kompas en hoogtemeter proberen wij het juiste traject te volgen: plekken urine in de sneeuw zijn voor ons tekens dat we op 't juiste spoor zitten. Moeilijker is het voor Dries en Geert die zonder kaart met de afdaling zijn begonnen: we komen ze ook niet tegen. Als na ruim een uur de wolken wegtrekken en we terug zicht krijgen op de omgeving zien we in de verte , met een bergkam tussen ons in 2 kleine figuurtjes: Dries en Geert zijn ergens iets te ver gegaan maar zitten nu toch op een veilig stuk dat ook naar de Rifgio Vittorio Emanuele II leidt. Voor het laatste stuk van de afdaling beseffen we nu waarom we die ski's en sneeuwraketten toch hadden moeten meenemen: elke stap in de sneeuw is minstens tot op kniediepte en af en toe zak je tot aan je romp in de sneeuw; de aankomst aan de hut is werkelijk een verademing.
Drukte alom aan de hut, niet verwonderlijk met meer dan 100 Italiaanse ski-alpinisten in je nabije omgeving. Ook hier alweer een prachtig uitzichtpunt met La Tresenta en de Ciarforon als belangrijkste blikvangers. We nemen afscheid van Geert wiens vrouw Marie-Therèse beneden op hem wacht, en beginnen in plaatselijke topo's te kijken naar mogelijke beklimmingen voor morgen. Alle factoren zitten mee: goed weer, goede sneeuw- en ijscondities, voldoende geacclimatiseerd … alleen de tijd zit tegen want beklimming én afdaling samen zou ons te laat in Pont doen aankomen voor de lange rit naar België. We beslissen dan om morgenvroeg om 6.00 u te ontbijten, onmiddellijk af te dalen en onderweg in Zwitserland nog een lange rotsroute te klimmen.
zondag
Na een slechte nachtrust wegens een volledig verbrand aangezicht over nu nog harde sneeuw naar beneden tot we op een breed geplaveid pad komen dat ons tot in Pont brengt. Nog een half uurtje langs een asfaltbaan en we bereiken de auto. Als we daar onze spullen inpakken voor de laatste rit, passeert Geert en Marie-Therèse die vermoedelijk een betere nachtrust hebben gehad. Nog een laatste afscheid en wij op zoek naar een mooie rotsbeklimming met de volgende kenmerken: ze moet ergens op de weg naar België liggen, een korte aanloop- en dito terugkeertijd, ongeveer 200 m lang niveau 5c tot 6a. In de Schweiz Plaisir West vinden we in de Wandflue in Gastlosen wat we echt zochten. De aanlooproute is effectief wel zeer kort maar om er met de wagen te geraken ben je dan weer een uurtje kwijt en … de laatste meters op de weg zijn zelfs nog versperd door een massa sneeuw: op 1750 m hoogte in begin mei mag je blijkbaar in Zwitserland nog pakken sneeuw verwachten.
We halen onze laatste picknick boven, genieten van dit mooie uitzicht in de rustige Alpes Vaudoises, en weten alweer een mooi plekje om in een verlengd weekend te komen rotsklimmen.
Vandenhoeck Henk